Pain001

Definities in gewone taal van de termen die op deze site en in de kanaaldocumentatie van uw bank voorkomen. Geschreven in de eerste plaats voor treasurers en operationsteams, en pas daarna voor engineers.


Berichten#

pain.001 — Customer Credit Transfer Initiation. Het XML-bericht dat een klant naar zijn bank stuurt om een of meer overboekingen op te dragen. De "pain"-familie staat voor payment initiation; .001 is het berichtnummer; het versienummer aan het eind (.001.09) legt het schema vast.

pain.002 — Customer Payment Status Report. Het antwoord van de bank op uw pain.001 of pain.008: geaccepteerd, gedeeltelijk geaccepteerd of afgewezen, met ISO-redencodes per transactie.

pain.008 — Customer Direct Debit Initiation. De incassotegenhanger van pain.001: u int middelen die u onder een machtiging toekomen in plaats van geld naar buiten te duwen.

pacs.008 / pacs.009. De interbancaire afwikkelberichten waarin uw opdracht verandert zodra de bank haar accepteert. Bedrijven stellen deze nooit zelf op; banken wisselen ze onderling uit.

camt.052 / camt.053 / camt.054. Rekeningrapportage: respectievelijk het intradayrapport, het dagafschrift en de debet-/creditmelding. camt.053 is wat reconciliatieteams elke ochtend verwerken.

MT101. Het verouderde SWIFT-tekstbericht "Request for Transfer" dat door pain.001 wordt vervangen. De interbancaire MT101-doorgifte wordt op 14 november 2026 buiten gebruik gesteld ten gunste van pain.001.001.09; MT101 tussen bedrijf en bank blijft alleen bestaan naar het inzicht van elke bank afzonderlijk.

Schemes en rulebooks#

SEPA SCT / SCT Inst. De euro-overboekingsschema's (standaard en instant) die vallen onder de rulebooks van de European Payments Council. Instantoverboekingen worden binnen seconden afgewikkeld, de klok rond.

SEPA SDD Core / B2B. De euro-incassoschema's — Core voor consumenten (met terugboekrecht), B2B voor bedrijven (geen terugboekrecht, strengere controles op de machtiging).

CBPR+. Cross-Border Payments and Reporting Plus: de usage guidelines die ISO 20022-berichten profileren voor correspondentbankieren via SWIFT. Als mensen het over "de SWIFT ISO 20022-migratie" hebben, bedoelen ze CBPR+.

HVPS+. De overeenkomstige profilering voor betaalsystemen met hoge waarden (T2, CHAPS, Fedwire en vergelijkbare systemen).

CGI-MP. Common Global Implementation — Market Practice: de groep die harmoniseert hoe bedrijven pain-berichten bij verschillende banken gebruiken, zodat één bestandsformaat meerdere bankpartners kan bedienen.

Verification of Payee (VoP). De door de EU verplichte controle op de overeenkomst tussen naam en IBAN, die sinds 9 oktober 2025 op alle SEPA-overboekingen wordt toegepast. De betaaldienstverlener voert haar uit op het moment van uitvoering; schone crediteurgegevens bepalen of er een match is.

Identificatoren en gegevens#

IBAN. International Bank Account Number (ISO 13616), zelfcontrolerend via een mod-97-controlegetal — daardoor is één verwisseld cijfer al vóór indiening op te sporen.

BIC / BICFI. De ISO 9362 Business Identifier Code van een financiële instelling. Het XML-element heet in pain.001.001.03, maar vanaf versie 9 — een hernoeming die bij versie-upgrades in de praktijk tot afwijzingen leidt.

LEI. Legal Entity Identifier (ISO 17442) — de wereldwijde bedrijfsidentificatie van 20 tekens. Er zijn er ruim 3 miljoen actief, en toezichthouders schrijven ze steeds vaker voor in betalingen.

UETR. Unique End-to-end Transaction Reference — de UUID waarmee een betaling door de hele correspondentketen heen te volgen is (SWIFT gpi).

Gestructureerd / hybride adres. Postadressen als losse XML-elementen (straat, plaats, postcode, land) tegenover vrije tekstregels. Vanaf 14 november 2026 wijst CBPR+ volledig ongestructureerde adressen af; hybride — gestructureerde plaats en land plus maximaal twee adresregels van 70 tekens — blijft geldig.

NbOfTxs / CtrlSum. De controletotalen in de group header: het aantal transacties en de som van de bedragen. Banken berekenen ze opnieuw; wijken die van u daarvan af, dan wordt het bestand geweigerd. Pain001 leidt ze altijd af uit de gevalideerde records.

Kostendrager. Wie de kosten betaalt: DEBT (afzender), CRED (ontvanger), SHAR (gedeeld), SLEV (volgens de schemaregels). De oude MT-codes OUR/BEN/SHA komen overeen met de eerste drie.

Betalingskenmerk. Het veld "waar deze betaling voor is" — vrije tekst (140 tekens) of gestructureerde referenties. Precies dat wat reconciliatieteams graag door iedereen goed ingevuld zouden zien.

Toolingtermen op deze site#

XSD-validatie. Het controleren van XML tegen de officiële ISO 20022-schemadefinitie. Pain001 behandelt dat als een harde poort voordat er een bestand wordt geschreven.

MCP — Model Context Protocol. De open standaard waarmee AI-assistenten externe tools aanroepen. pain001-mcp stelt 17 betaaltools beschikbaar aan elke MCP-client, lokaal via stdio.

LSP — Language Server Protocol. De standaard voor editorintegratie achter de diagnostiek in IDE's. pain001-lsp gebruikt die om betaalbestanden te valideren terwijl u typt.

SBOM. Software Bill of Materials — een machineleesbare inventaris van elke afhankelijkheid in een release, voor de kernreleases van Pain001 gegenereerd in CycloneDX-formaat.


Ontbreekt er iets? Stel een term voor — dit glossarium groeit mee met de vragen die mensen werkelijk stellen.